Mikos op Reis: Avontuur in de Balkan (deel 2)

Dit is het forumdeel voor jouw mooie foto's. Plaats dus al je reisverslagen hier. Ook overige foto's zijn welkom, mits ze voorzien zijn van een omschrijving waarom je die foto graag wil laten zien.
Plaats reactie
Gebruikersavatar
Mikos
Berichten: 5607
Lid geworden op: wo 26 mar 2008, 19:04
Contacteer:

Mikos op Reis: Avontuur in de Balkan (deel 2)

Bericht door Mikos »

“Het hoort allemaal bij het avontuur...”

Dit is het reisdagboek dat ik heb bijgehouden in de afgelopen zeven weken. Ik heb uiteindelijk negen verschillende landen bezocht, het een langer dan het andere. Oorspronkelijk heette deze reis “De Zon Ophalen” en dat is achteraf heel aardig gelukt. Maar met elke dag die erbij kwam, kon ik er beter “Mike maakt praatje met...” van maken. Ik heb 2253 foto’s gemaakt, waarvan ik een select aantal in het reisdagboek zal delen. Het eerste deel is hier te lezen.


Avontuur in de Balkan: Noord-Macedonië en Albanië

Afbeelding

Dag 11, donderdag 28 april 2022
Het vliegtuig vanuit Athene vertrekt stipt op tijd. Dat kon ook niet anders; er zijn maar 18 passagiers. Dit kleine vliegtuig van Olympic Airways is van het type, zoals we dat bij de KLM noemden, 'mug'. Het zoemt nogal en is vrij klein. De Bombardier Q400 vliegt me naar de hoofdstad van Macedonië, Skopje. Een vlucht van precies één uur lang.

Afbeelding

Bij het schetsen van de plannen voor deze reis ben ik er van uitgegaan om alles per trein, auto of boot te doen. Door Corona rijden er echter veel internationale treinen nog steeds niet. Het plan om vanuit Athene per trein naar Thessaloniki te reizen en dan per internationale trein naar Skopje kon dus al snel de prullenbak in. Als alternatief zijn er dan natuurlijk ook altijd nog bussen. Maar, ook door Corona, daarvan zijn veel diensten ook nog niet opgestart of worden dat überhaupt niet meer, en van de bussen die nog wel rijden is op internet maar verrekte weinig betrouwbare informatie te vinden. Hele pagina's met dienstregelingen doorgespit, begonnen aan je reservering, staat er ergens in een hoekje 'Deze dienst wordt op dit moment niet uitgevoerd'. En tot wanneer dat dan is, staat er natuurlijk niet bij.
'"Maybe" is not yes,' zoals de Albanese receptionist in Athene reageerde toen ik hem de oorspronkelijke plannen uit de doeken deed en vertelde over diensten die al of niet zouden worden uitgevoerd. En daar heeft hij helemaal gelijk in.

Afbeelding

Afbeelding

Zo komen we dus mooi op tijd, dertig minuten te vroeg, aan op het vliegveld van Skopje. Het toestel wordt ergens in een hoek geparkeerd en we mogen zowaar zelf het stukje naar de terminal lopen. In Griekenland zouden ze er een bus voor inzetten, maar het hoge gehalte Wizzair-vliegtuigen dat hier staat zal het concept low-cost vast wel hebben ingevoerd op dit vliegveld. Terwijl de vliegtuigen van Wizzair dan wel weer aan een brug geparkeerd staan...

Afbeelding

Ik volg netjes het in groen aangegeven te volgen pad, waar de overige 17 passagiers doodleuk schuin het tarmac oversteken. Er loopt een beveiliger een klein stukje achter me en wanneer ik tegen hem begin te lachen dat ik onmogelijk bij de terminal uit ga komen wanneer ik de groene stroken blijf volgen, is het eerste dat een Macedoniër lachend tegen mij zegt:
'This is Skopje, nobody cares!'
Zou het een voorbode zijn?

Afbeelding

Het vliegveld van Skopje heeft wel iets weg van Eindhoven Airport; het stelt niks voor, maar heeft zowaar paspoortcontrole. Nog voor de oorspronkelijke aankomsttijd van het vliegtuig sta ik met koffer en al bij de balie van Europcar, waar ik mijn gereserveerde auto ophaal. Ze zijn vriendelijk, proberen me zowaar niet eens van alles aan te smeren, maar ik moet nog wel even heel duidelijk vragen naar de haken en ogen van het meenemen van de auto over de grens, want dat is wat ik voornemens ben en vooraf ook heb geregeld. Ze stellen me gerust; ik krijg een 'green card' mee voor het buitenland en een officiële brief voor de grenspolitie dat ik toestemming heb om de auto mee de grens over te nemen. Daarna wandel ik langs het wisselkantoor om nog even afgezet te worden, maar ik wil wel wat cash op zak hebben voor het geval dat. Op de parkeerplaats staat een mooie, witte Opel Corsa op me te wachten en wanneer ik door heb dat dit, in tegenstelling tot thuis, een handgeschakelde auto is en ik de koppeling weer moet leren gebruiken, kan ik de parkeerplaats van het vliegveld verlaten.

Afbeelding

Ik ben vooraf gewaarschuwd over het rijgedrag van de inwoners, dat schijnt nogal eigengereid en onvoorspelbaar te zijn. Maar wanneer ik bij het hotel ben aangekomen dat midden in Skopje ligt, moet ik heel eerlijk zeggen dat ze in de verste verte nog niet in de buurt komen van de inwoners van Mauritius. Die rijden pas als malloten! Maar goed, ik heb er dan ook nog maar 30 kilometer op zitten. Maar bij het hotel begint de chaos; er is een parkeerplaats waar ik mag parkeren, maar er zet er een zijn auto met de knipperlichten aan voor de slagboom en loopt weg. Wanneer het me te lang duurt, ik blokkeer immers zelf de doorgaande weg half, rijd ik een rondje om te zien of er nog een opgang is. Natuurlijk niet. Dan maar met de botte bijl; ik parkeer mijn auto achter de foutgeparkeerde auto, zet de waarschuwingslichten aan en wandel de parkeerplaats op. Daar is uiteraard de chef een oud mannetje dat druk loopt te gebaren en te doen. Ik spreek hem aan, zeg dat ik een hotelgast ben en dat ik nu wil parkeren. Het duurt hier al tien minuten. Hij begint nog meer te gebaren, maar laat me wel via de verkeerde slagboom het parkeerterrein op rijden. Tenminste, als ik die auto in de versnelling kan krijgen. Oh ja, handbak, Mike. Ik vind een laatste plekje op dit onnoemelijk drukke terrein, hoop maar dat ik goed sta en loop met mijn koffer en spullen het hotel binnen.
'Gedurende twee uurtjes per dag is het zo'n chaos op de parkeerplaats,' zegt de receptionist, 'wanneer de mensen massaal in ons restaurant komen eten.' En net dat moment heb ik getroffen. Hij belooft me dat het de rest van de dag er wel normaal aan toe gaat.

Welkom in Macedonië!

Dag 12
Het ontbijt hier is al een belevenis; de bediende spreekt drie woorden Engels, maar wijst me een tafeltje en vraagt of ik 'kafé or tea' wil. Daarna loopt hij weg en komt met een glas sinaasappelsap terug en een glas water. Direct erna met een kannetje heet water met een zakje thee erin. En dan ga ik zachtjes om me heen kijken waar ik het eten vandaan ga halen. Maar ik zie vanuit mijn stoel niks, dus blijf ik maar rustig afwachten. Vijf minuten later wordt er ineens een bord bezorgd met een omelet en een bord met broodjes en beleg.

Afbeelding

Afbeelding

Daarna wandel ik de stad Skopje in. Dat bestaat uit twee gedeeltes; het gedeelte boven de rivier Vardar is het oude, Ottomaanse gedeelte. Het bestaat uit smalle straatjes die een bazaar vormen; rijen winkeltjes met gouden juwelen, zilveren juwelen, jurken, een kebabtentje hier en daar en veel verkopers die je vanuit hun winkeltje aanstaren. Ik wandel echter door, om de Vardar over te steken. Via de Kamen Most, Stenen Brug, kom ik op het Ploštad Makedonija, het Macedonische Plein. Het werd in 2012 opgeleverd, ter ere van het 20-jarige jubileum van de Macedonische onafhankelijkheid. Er zijn miljoenen tegenaan gegooid om iets van het plein te maken en ere wie ere toekomt, ik vind het geslaagd. Het is een enorm plein, volgezet met standbeelden en het heeft een bepaalde grandeur. Het is ongetwijfeld het tijdstip, maar ik vind het opvallend rustig in de stad en dat maakt het een aangename kennismaking.

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding

Macedonië is een van de weinige landen die wel in Europa liggen, maar niet binnen veel Europese regelingen vallen. Waaronder de Europese telefoonregeling; als ik hier wil bellen, SMS'en of internetten moet ik flink de portemonnee trekken met 1,25 per minuut bellen en een nette 2,50 per MB. Dus is het zaak om snel een lokale SIM-kaart aan te schaffen. Mijn huiswerk gedaan en navraag gedaan aan de receptie voor welke van de twee grote maatschappijen ik moet gaan, wandel ik de T-Mobile winkel aan het Ploštad Makedonija binnen. Tien minuten later wandel ik weer naar buiten, met een werkende telefoon met nieuw nummer en internetverbinding. Mooi.

Afbeelding
Ploštad Makedonija

Afbeelding

Afbeelding

Na het Ploštad een tweede blik te hebben gegund, wandel ik op basis van het reisgidsje dat ik mee heb gebracht langs het Herinneringshuis van Moeder Theresa. Nadat ze overleed hebben ze hier een apart gebouw neergezet waarin gelovigen en geïnteresseerden langs kunnen komen. Laat ik nu net niet onder een van die twee doelgroepen vallen. Dus wandel ik verder naar iets dat wel mijn interesse wekt; het voormalige station. Het grote gebouw heeft namelijk een andere invulling gekregen en van buiten is dat al een beetje te zien: er hangt een grote klok aan de gevel, die stil staat op 17.17 uur. Op 26 juli 1963 werd Skopje getroffen door een aardbeving en daarom is de bebouwing aan deze, zuidelijke kant van de rivier een stuk grijzer, grauwer en veel minder interessant om te zien. Alles moest namelijk in rap tempo weer worden opgebouwd en grijs en grauw is wat je dan vaak ziet. Zo was het in Hiroshima en Skopje wijkt er niet van af. Het stationsgebouw werd door de aardbeving getroffen en is na herstelling ingericht als museum dat gericht is op alles rondom de aardbeving en vooral met veel foto's van destijds laat men zien hoe het er daarna uit zag. Wanneer ik het gebouw vol vertrouwen binnen wandel, zie ik echter geen bordjes en tref ik een lege hal. Okay... Brutaal loop ik een gang in, want de reisgids meldt dat het museum gratis te bezoeken is, dus waarschijnlijk is het hier gewoon een kwestie van naar binnen wandelen en de juiste plek vinden. Maar de gang die ik inloop is donker en wordt geactiveerd door een lichtsensor, dus het licht gaat aan wanneer ik binnen loop. Dat heb ik vaker meegemaakt. Maar dat wat ik hier tref...

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding

De gangen zijn volledig leeg. Er is hier niets te zien. Een ander zaaltje is afgezet, maar ook leeg. Dus ik wandel terug naar de ontvangstruimte, waar net een beveiliger een kantoortje uit komt lopen. We kijken elkaar verbaasd aan en hij zegt:
'No... eh... exposition,' waarna hij een ander kantoortje binnenwandelt.
Ik loop het lege museum maar weer uit. Lachend en wel; welkom op de Balkan!

Afbeelding
Waar zouden ze hun inspiratie voor de stadsbussen toch vandaan hebben?

Ik wandel door richting het huidige treinstation. Ondanks dat de sporen me wijzen waar ik moet zijn, is het nog flink zoeken naar een plek om bij de perrons te komen. Eerst wandel ik het busstation in; hier is een aardige drukte aan de vele balies waar kaartjes worden verkocht naar onnoemelijk veel bestemmingen in binnen-, maar vooral buitenland. Dan zie ik ergens een deur openstaan en kom ik in een totaal andere wereld; het treinstation. Volledig uitgestorven. Er is een serie loketten waarvan er maar liefst één bemand is. Dan vind ik de trap naar boven, naar een tussenniveau waarvandaan je de drie perrons kunt bereiken. Er hangt ook een biljet met aankomst- en vertrektijden en daaruit blijkt waarom het hier zo stil is: er rijden maar tien treinen per dag. Toevallig gaat er een over een half uur en dus ga ik het perron maar op om te zien wat er hier allemaal te beleven valt. Nouja, allemaal...

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding

Er zitten een aantal mensen op het perron en dan heb ik alles wel benoemd. Aan het einde van elk perron staan torens, die mijn aandacht trekken. De deuren ervan staan open en dus ga ik kijken. Ik wandel naar boven, waar het donker is en waar overduidelijk zwervers de nacht door hebben gebracht. Daarna wandel ik terug naar beneden en zie ik dat vanaf het perron de trap nog verder naar beneden gaat. Ik kom uit in een lange gang met veel deuren en ik kan horen dat er ergens achter die deuren mensen met elkaar praten. Ik loop wat rond en kom voorbij aan iemand die een kantoor uitloopt en een toiletruimte in gaat. Er wordt niet raar opgekeken dat ik hier loop, geen vragen gesteld. Okay... ik loop nog een verdieping naar beneden en kom daar wederom in een lange gang met deuren. Niks te beleven hier, of het de bedoeling is dat ik hier kom is me ook niet duidelijk, dus ik loop een verdieping naar boven. Nu ik er toch ben, kan ik ook wel gebruik maken van die toiletruimte. Kennelijk zijn niet alleen de werknemers en ik hier welkom, de doordringende stank die er hangt duidt erop dat er hier meer mensen met minder goede bedoelingen komen. Snel weg hier.

Afbeelding

Afbeelding

Wanneer ik het perron weer op loop vanuit hetzelfde trappenhuis staat er een locje langs het perron met twee wagons erachter, waarvan er één beladen is met twee containers. Er hangt wat personeel rond de trein dat bezig is de remmen te controleren. Ik ga wat verderop staan en wanneer ze verplaatsen naar de laatste wagon, zie ik kans even naar de loc te lopen om foto's te maken. Wanneer ik er weer weg loop, begint een van de personeelsleden aan de achterkant van de trein moeilijk te doen. Gebarend waarom ik foto's maak komt hij naar me toe. Ik zeg dat ik van de Golanskaja Transport ben, waar geen woord Macedonisch bij is maar ook geen woord van gelogen, waarna hij bij me wegloopt richting de loc en de cabinedeur met een knal dichtgooit. Kennelijk is het geen enkel probleem dat ik van het personeelstoilet gebruik maak, maar een foto van de cabine kan absoluut niet. Wederom welkom op de Balkan!

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding
De verboden foto.

De reizigerstrein komt binnen op spoor 4. Een loc met twee rijtuigen. De loc wordt losgekoppeld, omgelopen en aan de andere kant weer aangekoppeld. Er is inmiddels meer personeel op de been; er komt een dikke man aan met een rode pet op, ik vermoed de stationschef. Hij geeft papieren aan de machinist, maakt een praatje met hem en wanneer de machinist het te lang vindt duren, roept hij een keer naar de dienstdoende conducteur dat ze in moeten stappen, waarna de trein vertrekt. Dwars door rood, want de seinen zijn geen moment van kleur veranderd. Welkom... nouja, dat dus. De rust keert weder, de volgende trein vertrekt over ruim een uur. En toch blijven er mensen op het perron achter. Ik vermoed echter niet dat ze op de trein blijven wachten, misschien op die ene trein die over een paar weken vertrekt.

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding
Maar nu even niet...

Afbeelding
Almere Grijswijk?

Ik wandel via een modern winkelcentrum terug naar het stadscentrum. Ik loop nog eens langs moeder Theresa om het gebouw op de foto te zetten en loop daarna een stukje het centrum uit aan de andere zijde, naar een Orthodoxe kerk. Mooi om te zien, zo ingericht zoals ik al eens een Russisch-Orthodoxe kerk heb mogen zien in Jekaterinenburg. Vervolgens terug naar het Ploštad Makedonija om alles nog eens in me op te nemen vanaf een bankje. Mijn voeten beginnen tegen te sputteren, dus via de Turkse wijk loop ik terug naar het hotel.

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding
Het Huis van Moeder Theresa

Afbeelding

Afbeelding
Direct buiten het centrum de bekende Oostblok-bebouwing.

Afbeelding
Orthodoxe kerk.

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding
Het enige gebouw dat nog in originele staat verkeert sinds de aardbeving van 1963.

Na een rustpauze verlaat ik mijn kamer weer. Het hotel heeft twee restaurants, ik wandel er een van binnen. De serveerder wil me eigenlijk aan een zielig tafeltje bij de deur kwijt, maar dat zie ik niet zitten. Hij wijst erop dat het druk gaat worden en ik vertel dat ik dat weet, dat heb ik gisteravond wel gezien, daarom ben ik er vrij vroeg. Ik beloof hem dat ik niet uitgebreid kom tafelen, waarna ik een mooi tafeltje uit mag zoeken. De uitgebreide menukaart is bij het bestellen een stuk minder uitgebreid; dat wat ik wil, is er niet. Het Engels van de serveerder is te beperkt om het uit te leggen, dus vraagt hij:
'Sprechen Sie Deutsch?'
Bingo. Dit restaurant blijkt zeven jaar oud te zijn en na dit weekend te sluiten. Alleen het bovenste restaurant blijft dan nog open en dus rommelen ze dit laatste weekend nog wat aan met wat ze hebben. Hij stelt me iets voor dat ze wel hebben en ik ga akkoord. Het eten staat snel op tafel en is snel op. Wanneer hij het enige toetje dat ze hebben komt brengen, heerlijke baklava, vraag ik hem of het elke dag zo'n gekkenhuis is hier. Met zijn antwoord duwt hij een kwartje om:
Het is Ramadan. Pas na zevenen mag er in dit islamitische land gegeten worden en dus komen ze allemaal tegelijkertijd en gaan ze ook allemaal na anderhalf, twee uur weer tegelijkertijd weg. Vandaar die chaos gisteravond op de parkeerplaats. Wat hij er niet bij zegt, is dat waarom hij een gemakkelijk menu voor mij voorstelde: snel te maken, snel op te eten, snel weg te wezen. Aanstaande maandag begint het Suikerfeest, vertelt hij er dan weer wel bij. Goed om te weten en in het achterhoofd te houden.

Afbeelding
De Turkse wijk.

Afbeelding

Afbeelding

Dag 13
Na het ontbijt check ik uit bij het hotel en laad ik mijn spullen in de auto. Ik rijd de stad uit en de snelweg op. Het is zaterdag en gelukkig vrij rustig. Al vanaf het moment dat ik vanaf het vliegveld de snelweg op reed, begon er een lampje te branden over de bandenspanning. Daarom besluit ik ergens een tankstation te bezoeken om ze allemaal op dezelfde spanning te brengen. Het concept tolweg geldt op alle snelwegen rondom Skopje, dus ik mag meteen betalen. Gelukkig kan alles in dit land met de pinpas betaald worden, dus dat gaat probleemloos. Het eerstvolgende tankstation zet ik de auto stil en meteen komt er een pompbediende naar me toe. Ik vraag hem of hij lucht voor de banden heeft, wat hij meteen begrijpt. Hij brengt alle vier de banden op dezelfde spanning, ik maak een toiletbezoek en koop twee flessen water. Het waarschuwingslampje gaat er helaas niet door uit, de bijbehorende melding gaat over opnieuw initialiseren. Dat geeft mij het idee dat er verder niks aan de hand is. Mocht ik een Opel-garage tegenkomen onderweg, kan ik er altijd nog even voor de zekerheid vragen. Maar eerst nog even een tolstation waar mijn pinpas gekrenkt wordt.

Afbeelding

De omgeving waar de snelweg, vernoemd naar Moeder Theresa, doorheen loopt wordt met de kilometer mooier. Hier en daar een dorpje, de bergen die langzaamaan hoger worden, een lokale bestuurder die zich niks van de maximum snelheid van 120 aantrekt, de cruise control die zijn werk doet en dan zie ik het onmiskenbare beeld van een politieagent die staat te laseren. Dat zal het volk om me heen, dat beduidend meer haast heeft dan ik, vast niet zo leuk vinden. Geen idee hoe het hier verder werkt, want er staan verder geen auto's aan de kant en ik zie ook geen patrouillerende agenten. Ik zie wel dat men de agent allemaal gezien heeft en onder het motto 'Als hij daar stond, kan hij hier niet controleren' het gas weer intrappen. Tien kilometer verderop staat er echter weer een agent te laseren. Ik vind het steeds leuker worden en het geeft me op de een of andere manier toch een veilig gevoel dat er wel iets van handhaving is.

Had ik al benoemd dat dit een tolweg is? In totaal moet ik op een afstand van 100 kilometer maar liefst vier keer mijn bankpas afgeven. Nu gaat het hier om bedragen die er niet om liegen; in totaal toch al 2,20 euro! Maar bij het vierde bord 'Péage' ga ik me wel afvragen hoeveel er nog komen. En prompt houdt de snelweg op en slingeren we de bergen in. De snelheid gaat terug naar 50 en dan volgt mijn afslag naar Nationaal Park Mavrovo. Op basis van de kaart had ik verwacht dat de weg nu naar beneden zou slingeren, het dal in. In plaats daarvan slingert de weg nog verder omhoog. En dan volgt het huzarenstukje van dit park: het Mavrovo-meer. Tussen twee bergkammen in gelegen, de zon erop, witte bergpieken op de achtergrond, simpelweg wauw. Aan het andere einde van het meer ligt het hotel dat ik heb uitgekozen. Het blijkt een typisch ski-hotel te zijn, zoals ik dat in Frankrijk ook al eens heb bezocht (niet om te skiën, maar om te paragliden): alles van hout, afgeleefd en simpel ingericht. Ergens heeft het wel wat, maar na het vijfsterrenhotel waar ik in Skopje verbleef is dit best wel even slikken.

Afbeelding

Ik vraag aan de receptie om een kaart van het park, maar dat hebben ze niet. Een dorpje verderop, in Mavrovi Anovi, is een toeristisch informatiecentrum waar ik naar verwezen word. Eerst maar even lunchen, want ik ben van zins om te gaan wandelen. Ik bestel lasagne, wat snel wordt gebracht. Het is hoogstens lauw te noemen, maar ik krijg het wel weg.

Daarna rijd ik naar het dorpje verderop om het bezoekerscentrum te bezoeken. De vriendelijke Macedoniër die er zit spreekt goed Engels en kan me goed duidelijk maken dat de enige kaart die hij heeft de kaart is die hij aan de wand heeft hangen. Ai. Dan maar een foto ervan maken? Nee, hij bedoelde dat hij die kaart op zakformaat heeft, maar dat dat ook wel het enige kaartmateriaal is dat er beschikbaar is. Geef maar mee dan. Ik vraag hem of hij tips heeft voor een mooie wandeling en hij wijst me op wat mogelijkheden. Die neem ik in me op en ik vraag hem naar het hoe of wat van de omgeving. Dit is het tussenseizoen, zegt hij;
'De winter is niet weg, maar wel weg, de lente is onderweg, maar nog niet hier.'
Het is vooral in trek in de winter om te skiën, de rest van het jaar blijven de toeristencijfers erg achter. Dat snap ik niet helemaal, want het is hier geweldig mooi.
'Vanaf 15 mei wordt het hier drukker, dan komen er wat meer toeristen, het is nu nog te vroeg.'
Weer die datum van 15 mei, die hoorde ik in Italië ook al. Ik neem afscheid van de vriendelijke man en vraag hem of hij nu blijft wachten op meer mensen. Inderdaad. Mooi dat er net op dat moment twee Macedoniërs binnen lopen.

Ik rijd terug naar het hotel en begin aan de wandeling die hij voor nu heeft aangeraden:
'Makkelijk, kort genoeg om voor het donker terug te zijn.'
Klinkt goed. Maar de wandeling is veel steviger dan ik had verwacht. Niet in lengte, wel in steilheid. En laat het ondertussen ook begonnen zijn stevig te regenen. Nu laat ik me door een beetje regen niet tegenhouden, maar daar denkt de bergstroom halverwege de wandeling anders over; het is een aardig woeste waterval geworden. Na wat zoeken naar een punt om veilig over te steken, wordt het gewoon natte schoenen-werk. Past mooi bij de rest, want ik ben onderhand doorweekt. Maar het is wel gestopt met regenen. En dan kom ik ter hoogte van de stoeltjeslift uit, met uitzicht op de omgeving.

Afbeelding

Dit is wat ik zocht: mooie natuur, geweldige uitzichten en lekker wandelen. Niet dat ik Venetië, Athene en Skopje niet mooi vond, maar terwijl ik hier van dit uitzicht sta te genieten, komt het rustgevoel helemaal over me heen: dit is vakantie!

Afbeelding

Ik wandel terug naar het hotel, waar ik alle natte kleren uit trek en de verwarming die me bij aankomst in de kamer bevreemde ineens heel erg weet te waarderen. Het was in Skopje makkelijk 20 graden en hier is het nu krap aan 10.

Om een uur of acht wandel ik het restaurant binnen. Ik heb wat gewacht om de drukte van de vastende Moslims te missen, maar wanneer ik binnenkom is het juist hartstikke rustig. En gaandeweg wordt het drukker. Ik bestel wat lokale schapenkaas en een bord spare-ribs. Vervolgens krijg ik naast de schapenkaas een bord gebakken aardappelen... Die zijn, net als de lasagne vanmiddag, hooguit lauw. Terwijl ik het op eet, gaat er een lampje bij me branden: ik heb in de reisgids gelezen dat dat hier gebruikelijk is. Eten wordt nooit 'heet' opgediend. En warm is ook anders. Vreemde lui, die Macedoniërs. Wel vriendelijk. Jammer dat ondanks dat ik op de kaart heb aangewezen wat ik wilde toch nog ergens een volledig ander resultaat opleverde... Gelukkig zat ik vanwege de lasagne als lunch toch nog redelijk vol.

Ik kan vanuit het restaurant wel zien dat ik in ben geparkeerd door een rode Land Rover. Nu maar hopen dat die morgenochtend vertrokken is voordat ik dat wil. En anders ga ik gewoon op zijn Balkans net zo lang op de toeter staan drukken tot iemand die rode Land Rover komt verplaatsen.

Dag 14
Na het ontbijt stap ik in de auto. Tijdens het ontbijt heb ik gezien dat de rode auto bij het hotel hoort en dus vraag ik de receptioniste om te vragen of een collega de blokkerende auto weg kan halen, wat direct voor me geregeld wordt.

De medewerker van het infopunt heeft me gewezen op het dorpje Galicnik.
'Een echt authentiek Macedonisch bergdorpje. Er woont een handvol mensen en is de grootste tip die ik bezoekers mee kan geven.'
Ik had de afslag erheen ook al gezien; aan de ene kant van de afslag staat een bord met 'Galicnik 17 km', aan de andere kant van de afslag, op 30 meter afstand van het eerste bord, staat een bord met 'Galicnik 15 km'.
'Ik weet het, geen idee waar dat verschil vandaan komt.'

De weg slingert omhoog, de bergen in. Er is een uitzichtpunt vanwaar je een mooie blik over het meer van Mavrovo kunt werpen. Jammer genoeg begint het te regenen, dus ik stap al snel weer de auto in. Er is voor de hele dag regen en zelfs onweer voorspeld. Mijn plannen om echt te gaan wandelen heb ik dus al in de ijskast gezet. Hoe verder ik rijd, hoe meer ik van de beloofde sneeuw zie. Maar stiekem valt het me nog wel mee. De weg slingert door het landschap, de regen stopt en de zon begint zelfs te schijnen.

Afbeelding

Afbeelding

Na een half uur rijden kom ik in Galicnik. De medewerker van het infopunt heeft geen centimeter overdreven; een mooi bergdorp met een nog veel mooier uitzicht. Op de GPS zie ik in welke richting ik kijk en ik zie dat ik drie weken in de toekomst kijk, richting Debar. Daarover later meer.

Afbeelding

Afbeelding

Ik vind de lokale, Orthodoxe kerk en hoor een koor zingen. Het is zondag, dus dat zou een logisch gevolg kunnen zijn. Voor de deur van de kerk zit een oud mannetje met stok. Ik maak een handgebaar hoe mooi ik het hier vind en dat komt me op een brede glimlach te staan. Ik gebaar hem de vraag of ik de kerk binnen mag gaan. Hij knikt. Binnen blijkt er geen sprake van een zondagsmis waarbij gezongen wordt; het nummer op de CD die gedraaid wordt eindigt net en staat op repeat, dus begint dezelfde galmende zang opnieuw. Nou, vooruit. Ik steek een kaarsje aan en bekijk het kerkje verder. Het mannetje komt naar binnen om me te wijzen op een schilderij van Jezus dat aan de muur hangt en door de lamellen die erin hangen van drie kanten bekeken kan worden en er dus drie verschillende afbeeldingen in één schilderij te zien zijn. Een noviteit in zijn tijd, dus ik doe alsof ik onder de indruk ben. Terwijl ik langzaam naar buiten loop, blaast het mannetje achter me de kaarsjes uit. Euh... Bij de deur nemen we afscheid van elkaar en gaat hij weer op zijn stoel zitten.

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding

Ik rijd terug het dorpje uit en maak nog een stop bij het andere kerktorentje. Daarna overweeg ik bij het wandelpunt om aan een van de wandelingen te beginnen, maar ik besluit het niet te doen; de weersverwachting is me te negatief en vooral hoog in de bergen kan het weer van het ene op het andere moment omslaan. En dus rijd ik terug naar Mavrovo, om van daaruit naar hemelsbreed 4 kilometer verder dan Galicnik te rijden. Er ligt alleen een met de auto onoverbrugbaar steil stuk tussen, dus moet ik 30 kilometer om rijden.

Afbeelding

De slingerende weg brengt me naar Rostusa, wederom een bergdorpje, maar dan wel veel lager in het dal gelegen. Hier is een toeristisch hoogtepunt te vinden dat niet gemist mag worden, aldus de kaart die ik uit het infopunt heb meegekregen. De parkeerplaats ervan staat vol, dus er zijn er meer op hetzelfde idee gekomen dat vandaag te bezoeken. Ik parkeer mijn auto op het centrale plein, waar de lokale oudjes aan het verzamelen zijn. Wanneer ik langs loop, is er een die me wat langer aankijkt en dan vanuit het niets vraagt:
'Turist?'
Ik schiet hardop in de lach en antwoord in het Nederlands dat ik hier niet woon, nee.
'Woher kommst du?' hoor ik vervolgens.
'Niederlande.'
Een goedkeurend knikje volgt. Ik zal er met mijn bepakking en bezakking inderdaad niet echt uitzien als een lokaal opa'tje.

Ik begin aan de korte wandeling van een kilometer naar de waterval van Duf. Het pad slingert alle kanten op en het geluid van vallend water komt je al snel tegemoet. Aan het einde van de wandeling sta ik moederziel alleen onderaan de waterval. Het water klettert met een enorme kracht naar beneden. En terwijl de wandeling er naartoe vrij warm was met 22 graden, is het gesmolten water dusdanig koud dat ik op het eindpunt blij ben dat ik mijn trui en jas aanheb; er komt een enorme koude wind met het water mee naar beneden vanaf 23,5 meter hoogte. In het voorjaar is de straal water het breedst en hardst omdat er zoveel smeltwater mee komt. Ik ben best onder de indruk; dit was de wandeling wel waard!

Afbeelding

Afbeelding

Daarna wandel ik terug naar de auto en rijd ik terug naar het Mavrovo-meer. Onderweg vind ik ineens de instelling van de auto waarmee ik die drammende melding over ongelijke bandenspanning kan resetten. Nu de banden allemaal opnieuw opgepompt zijn, is er pas weer een probleem wanneer die melding weer terugkomt. Ondertussen is het flink gaan regenen bij het meer. Ik rijd er een keer linksom langs en zie dat het water heel laag staat; lang niet alles dat op de GPS is aangegeven als water bestaat ook uit water. Wanneer ik de volledige ronde heb gemaakt en weer in Mavrovo ben, staat er nog één bezienswaardigheid op het programma: de oude kerk van Mavrovo. De kerk staat er sinds 1850, maar door de aanleg van het kunstmatige meer Mavrovo in 1953 voor de elektriciteitscentrale van Mavrovo staat de kerk de meeste tijd van het jaar tegenwoordig onder water. Meestal is het waterpeil laag genoeg in de zomer en gedurende langdurige droogtes om de kerk te kunnen bezoeken, maar ook nu staat het gebouw niet onder water. Het is een wat vreemde aanblik; het dak is ingestort maar er staan wel een aantal heilige objecten opgesteld voor de lokale gelovigen die er terecht kunnen. Ook hier zijn kaarsjes aan te steken.

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding

In het hotel schuil ik voor de regen. Wanneer ik trek begin te krijgen schuif ik aan in het restaurant. Dezelfde serveerder als gisteren loopt rond en ik wil ze toch nog een poging geven met de ribbetjes, dus ik wijs het op de Macedonische kaart aan. Dat geeft een goed resultaat: ik eet mijn buikje rond.

Dag 15
Wanneer ik met mijn koffer naar de auto loop, regent het alweer. De weersvoorspellingen zijn bedroevend; regen, regen en nog eens regen. Vandaag verlaat ik Mavrovo National Park en rijd ik verder naar Ohrid. Ergens langs het meer stop ik nog voor een laatste foto. Bij deze parkeerplaats langs de weg ligt ook een zwerfhond. Terwijl ik mijn foto maak loopt hij op me af, duwt een keer met zijn neus tegen mijn been en begint dan zachtjes te piepen, terwijl hij omhoog komt en met zijn poten mijn arm probeert vast te pakken. Ik weet heel goed wat hij zegt: neem me alsjeblieft mee, speel met me, geef me aandacht. Maar hoe supersneu ik het ook vind, ik kan er helemaal niks mee. En dus stap ik snel in en laat ik de hond op de parkeerplaats achter. Het spijt me, Woef, ik kan helemaal niks voor je betekenen.

Afbeelding

De weg slingert verder door de bergen. Door de jaren heen heb ik er ervaring mee opgedaan en weet ik heel aardig in te schatten hoe daar doorheen te rijden. Maar, er is altijd baas boven baas, zoals die knul in zijn afgeragde autootje die iedereen wel op hoge snelheid voorbij wil blazen midden in de onoverzichtelijke bocht terwijl we de berg afrijden. Flink toeterend dat het hem niet snel genoeg gaat terwijl hij mijn kofferbak bijna binnenrijdt. Tuurlijk joh, vlieg jij me maar voorbij. Of het het snelheidsverschil is waardoor ik hem al snel nergens meer zie of dat hij ergens in een bocht de berg af gereden is, is de vraag. Ik vermoed het laatste.
Opvallend genoeg zijn er nergens meer tolhuisjes te zien op dit stuk van de route, het is ook eigenlijk geen snelweg meer te noemen. Daar is men verandering in aan het aanbrengen, want hoog boven de slingerweg wordt er een volledig nieuwe snelweg aangelegd, met hoge bruggen en zo min mogelijk bochten. Wanneer het klaar is, wil het internet me niet zeggen: 'don't hold your breath'...
Ik sla af van de doorgaande weg om een Geocache te zoeken. Ergens midden tussen de huizen ligt er een zandweggetje dat naar een beboste heuvel leidt. Bovenop de heuvel staat een monument ter ere van Joegoslavië. Maar met het uiteenvallen van de Joegoslavische Republiek is de interesse vergaan en wordt het monument aan zijn lot overgelaten. Dat is nog niet echt te zien. Net als de cache, overigens, niet te vinden.

Afbeelding

Een stuk verderop staat een monument ter ere van de gevallen soldaten die hebben gestreden voor de vrijheid van Macedonië ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Het oogt wat vervallen, staat ook wat apart langs de kant van de weg, maar het is wel een monument.

Afbeelding

Kort erna bereik ik Ohrid. Ik kon kiezen uit drie opties: een hotel in Ohrid zelf, waar parkeren een crime is. Optie twee was een hotel drie kilometer buiten het stadje, aan het meer en met genoeg parkeerplaats. Maar wel met een beduidend slechte naam op internet. De laatste optie was noch in de stad noch aan het meer, maar op grote hoogte en met uitzicht op het meer. Ik koos voor het laatste. Aan het meer klinkt mooi, maar met uitzicht erop is natuurlijk nog veel beter. Maar hoe hoger het bergweggetje slingert, hoe meer ik begin te twijfelen aan die keuze. Sterker nog, wanneer ik in het gehucht Velestovo aankom, lijkt het omkeren van de auto om die op de parkeerplek langs de kant van de weg te parkeren onmogelijk. Ik rijd nog wat verder omhoog om op een pleintje te parkeren.
De jongedame die me opwacht heet me vriendelijk welkom en is goedlachs. Ze gaat me voor naar het appartement dat ik voor drie dagen heb geboekt en reageert op mijn reactie op haar vraag waar ik nu vandaan kom dat ik er een soort excursie van maak. Inderdaad! Het uitzicht is fenomenaal vanaf het balkon, recht voor me het meer van Ohrid, rechts Ohrid zelf. En aan de andere kant van het meer ligt Albanië. 'Het weer is hier altijd zo,' verzucht de jongedame, kijkend naar de constante regen. Waarna ze afscheid neemt.

Afbeelding

Ik installeer me, realiseer me dat ik wat was heb die ik de komende dagen kan doen en dus loop ik langs de receptie om een emmer te vragen. Dat snapt ze dan weer net niet helemaal, maar 'laundry' activeert haar om de schoonmaakster te vragen om hulp. Die geeft een mooie bak waarin ik de handwas kan doen en meteen een droogrek erbij. Super.

Afbeelding

Met de auto rijd ik de berg weer af; er is geen ontbijt inbegrepen en de dichtstbijzijnde supermarkt is toch echt in Ohrid. Halverwege de berg moet ik even in de ankers; de lokale berggeitenkudde met houdster komt naar boven gelopen. Wat een plaatje!

Wanneer ik langs de eerste supermarkt rijd, ziet die er opvallend donker uit. Dan valt ineens het kwartje; het is vandaag natuurlijk een feestdag; het einde van de Ramadan was gisteren en dus is het Suikerfeest. Oei, dat wordt nog wat met inkopen doen...

Het heeft ook een voordeel; het is vrij rustig in de stad. Zo rustig en buiten het seizoen dat ik gewoon een plekje kan vinden om te parkeren bij de hoge ingang van het oude centrum. Dat wordt omheind door een prachtige Middeleeuwse muur. Binnen de omheining is het oude Ohrid best wel gaaf om te zien; tegen de berg aangebouwde huisjes met keienstraatjes ertussen. Onmogelijk om overheen te rijden, zeker met de aanhoudende regen bijna onmogelijk om overheen te lopen vanwege de hellingen. Een kerk met bloeiende bloesem ervoor, punten met uitzicht over de baai, taxi's die met moeite door de smalle straatjes rijden en natuurlijk Alex. Wie? 'Alex Excursies; dagje uit goed voor u!' aldus de reclame in de etalage en op het uithangbord, inclusief Nederlandse vlaggen. Ohrid is vrij populair onder de Nederlanders en Belgen en daar wordt volop gebruik van gemaakt. Verschrikkelijk...

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding

Ik heb bovenaan de poort een klein winkeltje gevonden waar ze ongetwijfeld iets voor het ontbijt van morgenochtend verkopen, dus na het oude dorp een keer rondgelopen te hebben en met de trap weer naar boven te zijn geklommen, kom ik weer bij de auto. Maar wanneer ik vervolgens naar het winkeltje loop, is dat in het afgelopen half uur mooi dicht gegaan. Tsja, verder was er nergens anders iets open, dus ik vrees een beetje... Ik besluit bij de Italiaan aan het plein met het kerkje met de bloesem voor de deur te gaan zitten en eet er een prima pizza.

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding

Daarna wandel ik naar een ander kerkje, dat van Sint Johannes, wat volgens mijn reisgids op 'de mooiste plek van heel Ohrid' ligt. En misschien is het wel waar. Wanneer ik er weer wegloop, staat er een Macedonisch meisje selfies te maken. Ze vraagt me in het Engels of ik een foto van haar wil maken met haar telefoon, maar dan wel van alleen haar gezicht en bovenlichaam. Tuurlijk, joh. Kennelijk is het heel interessant om niet meer te lachen tegenwoordig, want ze kijkt niet naar de camera maar meer naar een lege plek rechts achter me. Als het een foto voor op haar Tinder-profiel moet worden vraag ik me af welke man op zo'n loze foto aan zou slaan, maar ieder zijn ding. Ze bekijkt de foto's die ik gemaakt heb en besluit dat ze nog niet goed genoeg zijn, ze vraagt of ik er nog een paar wil nemen. Ook nu lacht ze niet, ik denk dat de foto's mooier zijn als je haar met haar doodse blik weg zou fotoshoppen. Dan blijft er een mooi kerkje aan het meer van Ohrid over.

Afbeelding

Afbeelding

Tijdens het teruglopen naar de auto bedenk ik me nog iets; om in Velestovo te komen moet ik over die rotonde met dat tankstation in het midden. Daar hebben ze vast wel iets voor het ontbijt. En inderdaad, flessen water, frisdrank, chips, chocolade, WD-40 en condooms in overvloed! In mijn ooghoek zie ik dan nog een paar zakken met mini-croisssants van het merk 7-Days staan. Die delen ze in de nachttrein ook uit. Ze smaken naar niks, maar het is beter dan niks. Dus gaat ook daar een zak van mee naar het appartement. De tweede keer dat ik de bergweg oprijd gaat het allemaal al een stuk soepeler en ook het keren voor het appartement gaat me goed af. Ben ik toch blij dat ik niet voor dat zwaar tegenvallende hotel aan het meer ben gegaan; nu kan ik in het donker vanaf het balkon nog naar de lichtjes in de verte staren...

Dag 16
Eerst maar eens een keer uitslapen. En dan beginnen aan het riante ontbijt. Om vervolgens om 12 uur weg te rijden uit de heuvels van Ohrid. Er is wederom regen voorspeld rondom Ohrid later op de middag en dus probeer ik de buien voor te blijven. Ik rijd zuidelijk langs het meer en neem de afslag naar Nationaal Park Galicica. Een lange slingerweg voert me steeds hoger de bergen van het nationale park in. Een uitkijkpunt geeft zicht over het meer met rechts in de verte Ohrid, links en recht vooruit is Albanië te zien.

Afbeelding

Afbeelding

De weg voert verder omhoog en ik kom misschien twee andere auto's tegen. Het beloofde hokje waar men tol heft heb ik ook niet gezien; het is nog niet het toeristisch seizoen. Vanaf een parkeerplaats op de berg begint een wandeling van een paar kilometer waarin er 400 meter gestegen moet worden en je vanaf de top zicht hebt op het Prespanskomeer. En op het Ohridmeer. Tegelijk. Da's mooi. Maar met de regenwolken die naderen laat ik het bij de light-versie op honderd meter hoogte; aan de ene kant het Ohridmeer en aan de andere kant nét een puntje van het Prespanskomeer. Dat telt toch net zo goed?

Afbeelding
Links Prespansko, rechts Ohrid.

Afbeelding
Puntje Prespansko-meer.

Afbeelding

Ik vervolg mijn weg door het Nationale Park, waar volop gewandeld en gemountainbiked kan worden. Paden die er heel interessant uitzien, maar het is geen optimaal weer. Misschien morgen...

Afbeelding
Stenje van boven.

De weg slingert naar beneden en voert me naar de oever van het Prespanskomeer. Ik sla rechts af om te kijken in het laatste dorpje voor de Albanese grens; Stenje. Zo goed als uitgestorven, want het is een dorpje waarvan de inwoners maar een aantal maanden per jaar hier wonen. Tijdens het hoogseizoen wonen er hier genoeg lokale bewoners en komen er ook een handvol toeristen. Dit meer wordt door slechts één bergkam gescheiden van het Ohridmeer, maar dat is kennelijk een onoverkomelijke horde voor de toeristen, want dit meer is veel minder bezocht. Minder commercieel uitgebaat, ook. En dus is dit stadje heel stil. Er ligt één Geocache, bij een boot, die werd achtergelaten toen de eigenaar failliet ging. Net tegenover de boot wonen wel constant mensen, dus de bewoonster kijkt me wat apart aan vanuit haar tuin.
'Dobar den!' roep ik haar toe, goedendag. Ze groet me terug en wandelt weer uit zicht.

Afbeelding

Afbeelding
Koffie, iemand?

Afbeelding
Ik vervolg mijn weg langs de oever van het meer en kom langs een hotel. Althans... het is ooit een hotel geweest. Hotel Evropa was ooit het grootste hotel aan dit meer. Maar het is niet meer. Wel volledig toegankelijk voor de toevallige passant. En dus kan ik het niet laten om even binnen te kijken. Ik heb ooit eens in een vijfsterrenhotel in België gewerkt en zie helemaal voor me hoe dit hotel er uit heeft gezien. Luxe ingericht, rood tapijt op de vloer, houten deurposten, alle kamers een balkon met uiteraard zicht op het meer. Nu rest er alleen graffiti, afbrokkelende tegels en verschrikkelijk slechte service aan de receptiebalie die er niet meer is; er was niemand aanwezig voor mijn ontvangst.

Afbeelding
Hotel Evropa.

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding

Daarna rijd ik verder, door stille dorpjes, naar de andere kant. Er moet nog ergens een mooi klein kloostertje te vinden zijn uit 1191. Dus ik sla af en rijd over een smal slingerweggetje door een klein bergdorpje waar kinderen terugzwaaien terwijl ze met hun speelgoedtrekker over de keien rollen. Aan het einde van de weg kom ik aan bij het bord met een foto van de kerk.

Afbeelding

Die is indrukwekkender dan mijn bezoek aan de kerk zelf.

Afbeelding

Daarna keer ik om, over hetzelfde smalle weggetje terug, langs de nu niet meer zwaaiende kindjes, naar de hoofdweg. Mijn reisgids belooft me nog een 'aardig bergdorpje' verderop. Dat valt eerlijk gezegd wat tegen. Ik heb gezien wat ik wilde (en meer) en nu is het tijd om terug te rijden naar Ohrid. Daar passeer ik een supermarkt die zowaar open is en dus wandel ik er even binnen voor wat boodschappen. Daarna rijd ik terug naar mijn appartement, maar niet voordat ik een stop heb gemaakt net iets lager op de berg bij een restaurant met hetzelfde uitzicht als vanaf mijn balkon. Van diverse kanten hoor ik er goede verhalen over en het valt me zeker niet tegen. Onthouden voor een volgende keer...

Dag 17
De zon schijnt! Het weerbericht komt uit en dus ga ik eindelijk doen wat ik eigenlijk al de hele reis wil doen: wandelen! En dan niet in de grote stad of door de stromende regen, maar met een heerlijk zonnetje door een mooi natuurgebied.

Om 11.50 uur vertrek ik vanaf het appartement en klim ik een stukje het dorp uit. Er volgt rotsachtig gebied, het pad is hier en daar wat moeilijk te volgen, ondanks de duidelijke richtingwijzers, de GPS en een app op mijn telefoon. Maar ik vind al snel mijn weg en klim een stukje omhoog om op het hoogste punt van de wandeling te komen. Even uithijgen en ik kan weer verder.

Afbeelding

Afbeelding
Volg de rood-witte vlaggetjes!

Net op het moment dat ik me volledig realiseer hoeveel ik deze wandeling en de omstandigheden waardeer, kom ik bij een klein watertje. Hier vallen alle puzzelstukjes op hun plaats: een mooi watertje, een geweldig uitzicht over het meer van Ohrid, de zon die volop schijnt en volledige stilte. Ik doe mijn rugzak af, leg die op de grond en ga er tegenaan liggen. Het enige dat je hoort is het zoemen van de muggen boven het water, verder helemaal niets. Het is hier zo stil dat ik op een gegeven moment zelfs het tikken van de secondenwijzer van mijn horloge kan horen. Dit is voor mij puur genieten. Voor ik er erg in heb, is het twintig minuten later. Ik zou hier de hele dag wel kunnen liggen, maar uiteindelijk moet ik toch een keer verder.

Afbeelding

Ik sta op en neem nog één foto. Het valt me op dat het touwtje van de camera nat is, dus ik ga op onderzoek uit waar dat vandaan komt. Ik heb kennelijk niet in de gaten gehad dat door de druk van mijn hoofd op de tas de waterzak in de rugzak onder druk is gezet en het drinksysteem is gaan lekken. Ik ben in twintig minuten twee liter van de 2,5 liter water die ik in de zak had zitten kwijtgeraakt via het mondstuk dat naast me op de grond lag. Dat is niet handig... Maar ook weer niet onoverkomelijk.
Ik vervolg mijn weg en hoor een stukje verderop belletjes rinkelen. Kort erop komt de schaapskudde de heuvel opgelopen. Ze kijken me even verbaasd aan en besluiten dan dat ik geen probleem ben en lopen me bijna omver. Een mooi gezicht.

Afbeelding

Kort erna ben ik halverwege de wandeling en kom ik door het verlaten dorpje Konjsko. Er loopt hier en daar nog een kip en ook staat er een paard te grazen, dus er is nog wel iets van levendigheid.

Afbeelding

Afbeelding

Dan kom ik een aantal kilometer verderop bij een ezeltje dat net voor ik aan kom lopen balkend reageert op het balken van een maatje. Doordat we bij mij in de wijk ook een ezeltje hebben dat in het begin nog wel eens wilde balken, weet ik dat ze dat doen uit eenzaamheid. Maar mijn gezelschap is toch niet gewenst; het beestje wandelt stug van me af, zover het touw waaraan hij vast zit reikt. Er zal wel slecht mee worden omgegaan...

Afbeelding

Afbeelding

In kom aan in Elšani, een gehuchtje halverwege de berg. Ik loop langs een vriendelijk 'Dobar'-zeggend meisje. Dobar den is Macedonisch voor goedendag. Twee huizen verderop is er een klein winkeltje. Ik groet de eigenaar die in de tuin op een stoel zit en kennelijk nog nooit een toerist in zijn leven heeft gezien. Nu kom ik natuurlijk ook wel zo uit de lucht vallen, maar dat staren van een paar seconden laat me al wel lachen. In het verder totaal donkere winkeltje pak ik twee flesjes water om het drinksysteem een beetje te kunnen vullen. Het kost 90 Denar, ik betaal met twee briefjes van 50. Ik zwaai dat het zo wel goed is. Die 16 eurocent mag hij wel houden. De tweede verbazing op zijn gezicht in korte tijd. Lachend loop ik het winkeltje uit. Terwijl ik mijn drinksysteem vul, loopt er een klein meisje achter me langs de winkel binnen. Ze komt na een halve minuut weer naar buiten, met een zakje chips. Erg vertederend.

Om de hoek van het winkeltje is het centrale plein. Daar is ook een fontein met water dat van de berg af komt rollen. Zou de verbazing van de winkeleigenaar zo groot zijn geweest omdat ik water kwam kopen, terwijl er gratis water om de hoek beschikbaar is? Hoofdschuddend loop ik verder. Boeiend.

Na Elšani is er alleen nog maar bos, terwijl de hoogte verder afneemt. Dan sla ik rechtsaf, het pad loopt vanaf hier naar de oever van het Ohridmeer in het dorpje Peshtani. Het eindpunt van de wandeling. Ik heb er 17 kilometer op zitten en heb er, met pauzes en al, vijfenhalf uur over gedaan. Nu nog terug zien te komen in het appartement. Ik weet, omdat ik gisteren door Peshtani ben gereden, dat er aan het einde van het dorp een hotel staat. Daar is ook ongetwijfeld een taxi te vinden. Hoe dichter ik bij het hotel kom, hoe zekerder ik weet dat dit een hotel is waar ik nooit in terecht wil komen; vanaf Elšani was er constant gejoel, gejuich en de doffe bas van harde muziek te horen. Dat blijkt uit dit hotel te komen. Terwijl ik op de inderdaad voor het hotel wachtende taxi af loop, werp ik een blik op het hotel zelf. Jongeren in groepjes op het balkon, bier in de hand, harde muziek: wegwezen hier.

Afbeelding
De oever van Peshtani.

De taxichauffeur noemt een prijs die lager ligt dan wat ik in gedachten had en dus stap ik in de oude Mercedes. Hij rijdt redelijk netjes het dorp uit, neemt nog wel een keer de telefoon op (maar omdat bellen aan het stuur verboden is, zet hij hem op speaker en houdt hem iets van zijn hoofd af, dan zal het ongetwijfeld ineens wel mogen...) en zwijgt verder. Hij zal wel weinig Engels spreken. Wanneer we de bergweg naar Velestovo op rijden, vraagt hij waar ik verblijf, zodat hij me voor de deur af kan zetten. Hij kent de naam en rijdt zwijgend verder. Nu kan ik tijdens het slingeren de berg op ook eens om me heen kijken. Maar het uitzicht vanaf mijn balkon is toch het allerbeste.

Afbeelding

Zes uur na vertrek sta ik weer voor het appartement. Ik ga even douchen en rijd dan nog met de auto, want ik heb echt geen zin meer om te lopen, laat staan op de terugweg nog het laatste stuk tegen de berg op, naar het restaurant iets verderop. Daar weten ze me wederom met lokale gerechten te laten smullen. Terug naar boven met de auto in het donker, daarna is het echt voorbij voor vandaag.

Dag 18
Ik ontbijt op het balkon van mijn appartement en kijk nog een keer goed naar het waanzinnige uitzicht over het meer van Ohrid, een van de diepste meren ter wereld. Het diepste ligt bij Irkutsk in Rusland, waar ik ook al eens ben geweest, het Baikalmeer. Niet dat je er iets van ziet, maar je kunt het maar weten.

Bij het inleveren van de sleutel is hetzelfde meisje aanwezig. We hebben een uitgebreid gesprek over Macedonië, ze studeert rechten en wil juriste worden. Daardoor ziet ze wat andere dingen dan ik als toerist. Het land is arm en mensen trekken over de grens om werk te zoeken. Dat kennen we natuurlijk ook bij ons, door de mensen die bij ons werk komen zoeken. Haar vraag is alleen; wie zorgt er dan straks nog voor het land waar iedereen weg wil? Ondanks dat ze hier 8 uur per dag zit om de gasten te ontvangen, de schoonmaakster wat helpt met schoonmaken en verder alle tijd heeft om te studeren, staat ze wel voor het huis: ze hoort graag mijn feedback en zegt toe dat als ik onderweg naar mijn volgende bestemming problemen tegenkom, ik alleen maar een berichtje hoef te sturen via de berichtenservice van Booking en ze me zal helpen. Alles voor een goede feedback voor de service, maar het is wel gemeend.

Onderaan de berg tank ik de auto volledig af, of laat aftanken, want hier loopt ook een bediende rond. En wanneer ik wil pinnen moet ik ook eigenlijk meestal wel mijn pinpas afgeven, waarna de caissière mijn pasje vervolgens naast het pinapparaat houdt.
'Wij zijn gewoon wat meer van de service,' lacht ze vriendelijk wanneer ik dat opmerk. Het heeft wel wat.

Daarna rijd ik zuidelijk langs het meer totdat ik niet meer verder kan in Macedonië: hier ligt de landsgrens. Die passeer ik om mijn reis voort te zetten in Albanië. De Macedonische grenspost wordt bemand door een vriendelijke jongen die vraagt om mijn paspoort en de autopapieren. Hij vraagt of ik in Ohrid verblijf. Ik vertel hem dat ik er verbleef. Een goedkeurend knikje en ik krijg mijn papieren weer terug. Honderd meter verderop herhaalt zich dat nog een keer, maar nu is het een Albanese grenspost. Het raampje waardoor de douanier mijn papieren aan moet nemen zit wat hoger. Alsof ze het er om doen, want het is precies niet gemakkelijk. Deze man stelt geen vragen, registreert mijn paspoort en geeft me alles weer terug. Hij heeft vier woorden tegen me gezegd:
'Passport and auto documents.'
Kennelijk ben ik goedgekeurd en mag ik doorrijden. Een nieuw land dat ik aan mijn lijst met bezochte landen kan toevoegen!

De weg, met gaten, voert langs een woonwijkje met een school. Net voor de school en net erna zijn er snelheidsdrempels gemaakt, waardoor ik tijdens het passeren even kan kijken naar de school. Op het schoolplein staat de schoolbus geparkeerd; een wit met rood beschilderde bus met groot het Haagse HTM-logo erop. Met een glimlach op mijn gezicht rijd ik verder. Wanneer ik op een kruispunt linksaf ben geslagen, staat er langs de weg een politieauto met twee agenten ernaast. De ene agent ziet mijn auto en houdt zijn vertrekstaf, zoals we die bij NS ook hadden, met de rode stip erop omhoog. En dus stop ik iets voorbij de man naast de weg. Ik open mijn raam en begroet hem met een 'Hello!' Hij kijkt me een halve seconde aan, ziet dat hij met een toerist te maken heeft en wuift me door. Hij zal wel geselecteerd hebben op het Macedonische kenteken en niet naar mij gekeken hebben. Tot zover mijn kennismaking met de Albanese politie.

Hier hanteert men dezelfde rijstijl als in Macedonië; dat kan harder! Maar ik ben op vakantie en houd me aardig aan de snelheid, tot grote ergernis van een koerier in een busje achter me. Maar ik herinner me de woorden van de Albanese receptionist in Athene, die me er op wees dat er veel gecontroleerd wordt. Dus zodra het busje me voorbij is gescheurd blijf ik netjes de aangegeven snelheid aanhouden en om me heen kijken. Het grootste verschil met Macedonië zijn de mensen die aan de kant van de weg staan te wachten en de vele Mercedessen die hier rijden. Die mensen die staan te wachten op de minibusjes die het hele land doorcrossen. Dat is in Macedonië ook en daar zie je ook wel eens mensen op een aparte plek langs de weg staan wachten, maar nooit zoveel als hier. En als ze nou een beetje bij elkaar zouden gaan staan, nee, we gaan twintig meter van elkaar staan wachten...
En die Mercedessen? Die worden massaal tweedehands geïmporteerd uit Duitsland. Het zijn er ontelbaar veel.

De weg brengt me naar het provinciestadje Korcë. Daar zijn twee doorgaande wegen en die zijn stervensdruk. Combineer dat met elke 50 meter een zebrapad en je hebt de juiste samenstelling voor enorme drukte en chaos. Het hotel dat ik geboekt heb ligt langs een van die twee assen. Parkeren is gratis, maar dan wel langs de weg. Zie daar maar eens een plekje te vinden... 300 meter verderop vind ik een plekje en nadat ik geparkeerd heb loop ik met mijn rugzak om naar het hotel. De receptioniste spreekt matig Engels, maar kan me vanuit mijn kamer wel wijzen op het zijstraatje waar gewoon plek is. Ah ja, de zijstraatjes, dat ik daar niet aan gedacht heb. Wanneer de auto naast het hotel staat, kan ik mijn koffer uitladen. Blij dat ik die niet 300 meter heb meegesleept over de stoep.

Afbeelding

Aangezien Albanese Lek, de Albanese munt, buiten Albanië niet te verkrijgen valt, ben ik platzak. Als je op een toeristische plek bent schijn je wel met euro's te kunnen betalen, maar dat zal natuurlijk nooit gunstiger zijn dan de lokale munt. En dus moet ik langs de bank. Vooraf je huiswerk doen scheelt geld: de van de Duitsers afkomstige Raiffeisenbank schijnt 5 euro per transactie te rekenen. Andere banken zijn goedkoper. Dus loop ik naar een pinautomaat van een andere bank en pin ik voor 80 euro. Even verderop zit het toeristeninformatiepunt waar ze ook souvenirs verkopen. Ik heb twee briefjes van 5000 Lek gekregen bij het pinnen en met zo'n briefje van 45 euro betaal je natuurlijk wat moeilijk voor een flesje water in een winkeltje in een bergdorpje wanneer je het meeste van je voorraad water weg hebt laten lekken. Dus voor de paar ansichtkaarten die ik bij de souvenirwinkel moet ik omgerekend 2 euro betalen en vraag ik of ik kan pinnen. Bij dit winkeltje krijgen ze natuurlijk 'veel' toeristen over de vloer en dus kan dat. Moet ze het apparaat wel even aan het lichtnet hangen, maar dat is gemakkelijker dan dat briefje van 5000 Lek te breken. Postzegels verkoopt ze niet, daarvoor moet ik de straat even oversteken naar het postkantoor. Daar koop ik wat postzegels voor Europa. Ik laat mijn pinpas zien en de dame achter de balie kijkt me meteen moeilijk aan en begint met haar handen te gebaren dat dat niet zal gaan. En daar breek ik het eerste briefje van 5000 Lek. Maar dat zegt me al genoeg; als je op het postkantoor al niet elektronisch kunt betalen...

Afbeelding

Ik wandel naar de oude bazaar; waar ooit geiten, kippen en koeien werden verhandeld, is alles nu helemaal opgeknapt en is er een mooi plein met keienstraatjes te vinden waaraan allemaal restaurantjes zijn gevestigd. Het boompje met roze bloesems maakt het romantische beeld helemaal af. Ik wandel verder door het stadje en merk dat de woonbuurten weinig interessant zijn. Door een omtrekkende beweging te maken kom ik uit bij het plantsoen met de naam 'Grasveld van Tranen'. Ter ere van alle vertrokken Albanezen die hun geluk elders zochten. Men geloofde dat het gras groeide door de tranen die achterblijvers hier lieten vloeien en dat het laatste gefluister van de vertrokken mensen daardoor is blijven hangen. Niet te verwarren met het naastgelegen stadion van de lokale voetbalclub. Het stadspark aan de andere kant van de weg is ruim, groen en heerlijk rustig. Ik beklim via de woonwijk de naastgelegen heuvel, bovenop ligt er een kerkje met ernaast een Geocache. Dan heb ik de hoogtepunten wel zo'n beetje gehad en wandel ik terug naar het hotel.

Afbeelding

Afbeelding

Twee blokken verderop zit een restaurantje dat goed staat aangeschreven. Ik eet er een Albanees gerecht, Byrek Shtepie, kleine taartjes van bladerdeeg gevuld met kaas. Heerlijk, maar het vult gigantisch. Dus ik krijg het bij lange na niet op.
'Ik weet het,' zegt de serveerster die bijzonder goed Engels spreekt, 'dit is eigenlijk niet voor één persoon. Als je dit in je eentje wilt eten, moet je er helemaal niks anders bij nemen.'
En natuurlijk heb ik vooraf een salade gehad...

Afbeelding

Afbeelding

Een rondje door het centrum na het eten laat zien hoe het er hier aan toe gaat: de halve bevolking is op de been, op zoek naar winkeltjes, eten of ander vertier. Heel hip is het om in je auto met de ramen open en de muziek luid door de hoofdstraat te rijden. Wat dan niet helpt, is als je in een Smart rijdt en de speakers van je auto zo goedkoop zijn dat ze bij elke beat niks anders dan een dof klapje geven. Erg vermakelijk.

Afbeelding

Afbeelding

Dag 19
In het drukke Korcë sluit ik aan in de stoet die door de hoofdstraat rijdt. De GPS is ingesteld op een Geocache halverwege de route, om even de benen te kunnen strekken. De afstand tot Përmet bedraagt slechts 133 kilometer, maar er staat maar liefst 3 uur rijtijd voor. Dan wil ik de benen wel even strekken.

Zodra ik de drukke hoofdstraat uit ben, ben ik ineens zo goed als alleen. Onvoorstelbaar. Op vijfhonderd meter van de drukke straat loopt een herder met zijn kudde schapen door de berm, op zoek naar een grasveld waar ze kunnen grazen. Op de hoofdweg net buiten de stad wordt het weer drukker. Na ruim een half uur rijden passeer ik een bord 'Douane'. Euh? Dat is raar. Achter me een bord met de maximumsnelheden in Albanië. Dit gaat niet goed. Ik parkeer de auto en kijk eens goed op de kaart. Ik ben op tweehonderd meter afstand van de grens met Griekenland. Om de een of andere reden stuurt mijn GPS me via Griekenland naar de cache. En voor Griekenland heb ik geen verzekering, dus keer ik om. Hetzelfde stuk terug naar Korcë en dan via de ringweg wel de goede kant op.

Afbeelding
De weg naar... Griekenland...

Deze weg is nog niet in het minste zo druk als de weg richting Griekenland. En net op het moment dat ik me daarover zit te verbazen, blijkt waarom: de weg voert de bergen in en begint te slingeren alsof er straf staat op rechte stukken. Ik ben ineens nog de enige op de weg. En bevind me ook ineens in Oostenrijk. Het uitzicht is geweldig. Dat kan niet helemaal over het wegdek gezegd worden, dat begint hier en daar gaten te vertonen. Maar dat doet niets af aan hoe geweldig mooi het hier is.

Het dorpje Ersekë, dat ik voor de grap constant Kruiningen-Yerseke heb genoemd, stelt niet zo heel veel voor, maar breekt even de leegte op. Daarna vervalt de weg al snel weer in het bekende geslinger. De besneeuwde bergtoppen nemen de achtergrond over en het bevalt me meer en meer.

Afbeelding

Afbeelding
Voor Kruiningen linksaf.

Dan passeer ik het punt waar wederom een grensovergang zit met Griekenland. Hier zou de GPS me anders Albanië weer in hebben laten rijden. Ik rijd de afslag voorbij en bedenk dan waar het probleem zou kunnen zitten; het eerste stuk vanaf Korcë is het een vrij nette vierbaansweg die overgaat op een tweebaansweg en dan ineens scherp naar links afbuigt om de oude slingerweg op te gaan. Er zijn al wel voorbereidingen te zien voor de snelweg die recht door de bergen heen snijdt en de rijtijd enorm zal verkorten. Maar daarmee waarschijnlijk ook de magie van deze weg volledig zal missen. De GPS kent de koppeling tussen de twee wegen niet en zoekt daarom een alternatief. Via Griekenland. Les geleerd; voor vertrek nog even goed controleren waar de GPS me langs wil sturen.

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding

Midden op de weg loopt een schaapskudde. Ik wacht rustig af tot de twee herders de hele kudde, inclusief de honden, de weg over hebben laten steken. Kort erna maak ik een stop bij een vervallen brug waar een Geocache ligt. De brug voerde ooit over de rivier de Vjosë. Strakblauw water dat van over de grens in Griekenland komt.

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding
Donkey Kong-level.

Daarna is de weg ineens ongelooflijk nieuw: strak, zwart asfalt. Het slingert nog net zo, maar ziet er wel goed uit. Dan stuit ik op de wegwerkzaamheden; midden op de weg staan vrachtwagens en er staan twee verkeersregelaars bij. Ik stop op afstand en wacht af. De verkeersregelaar wuift me door, maar er staan nog steeds twee vrachtwagens midden op de weg en dus rijd ik stapvoets naar hem toe.
'You speak English?' vraagt hij mij.
'Yeah, you?' Ik vind het nu al een heerlijk gesprek.
'Ik wuifde toch dat je door mocht rijden?' vraagt hij vriendelijk.
'Maar die trucks staan er nog?'
'Die gaan toch voor je aan de kant?'
En inderdaad, ze zijn allerlei capriolen aan het uithalen om plaats voor me te maken.
'Maar jullie zijn aan het werk, ik heb de tijd, hoor.'
'Wat vind je van Albanië?' vraagt hij er meteen achteraan. 'You like?'
Zeker, kijk naar de foto's en zie wat ik zie.
'Yes,' reageert hij op mijn enthousiasme, 'but no good economy.'
'Maar die komt wel, toch?'
'When? 10 years? 20?'
Daar heb ik geen antwoord op. Maar hij wenst me nog een fijne reis en ik rijd verder.

Afbeelding

Niet lang erna kom ik aan op mijn bestemming van vandaag: Përmet. Een stadje dat heel mooi ligt in de vallei van de Vjosë. De weg door het stadje ligt grotendeels open, maar ik vind de weg naar de parkeerplaats van het hotel dat hoger ligt. Er staan twee vriendelijke dames bij de receptie op me te wachten. De ene vraagt me of ik Duits spreek. En daar hebben we een klik; ze babbelt er lustig op los.

Nadat ik mijn spullen in de kamer heb geplaatst wandel ik nog even door het regenachtige stadje. Er is een groot plein, waarvan de weg opgebroken is, een grote trap die als entree dient en waar een enorme reclamefolder hangt met de mededeling "Besides the sea, we have everything else." Nu alleen de toeristen nog.

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding
“Besides the sea, we have everything else.”

Er is een enorme rots die ze de 'Steen van de Stad' noemen. Die zou er vanaf de prehistorie al moeten liggen. Beklimmen mag, de Albanese vlag wappert er fier. En er is een mooi overzicht over de stad en de omgeving.

Afbeelding
“Steen van de Stad.”

Afbeelding

Afbeelding
Permët.

Afbeelding

Daarna wandel ik terug naar het hotel. Het meisje dat Duits spreekt regelt een tafeltje voor me in het restaurant en uit alles blijkt dat ze het leuk vindt dat ik er ben: ze komt regelmatig kijken en zoekt een beetje het gesprek op. Nou, dat kan ze krijgen. We hebben het over haar familieleden die naar Duitsland zijn vertrokken, dat ze er zelf twee jaar heeft gewoond in Gladbeck en dat ze graag terug wil om een master te doen. Hier in Albanië heeft ze alleen haar moeder nog en ziet ze zelf niet zoveel toekomst.
'Iedereen trekt weg hier. Maar, wat kom jij hier eigenlijk doen?'
Mijn antwoord dat ik nu twee dagen in Albanië ben en al heb gezien dat het zoveel te bieden heeft, onderstreept ze.
'Maar we zien het zelf niet,' zegt ze.
Door het commercieel uit te baten wordt het interessant om toeristen te trekken. En we zien allebei mogelijkheden voor het land.
'Nu nog van de slechte naam afkomen,' zegt ze.
'Albanian maffia?' vraag ik haar. Ze knikt.
'Heb je er al iets van gezien?' vraagt ze me.
Ik vertel haar dat ik de dag ervoor door de politie staande ben gehouden en al snel weer door mocht rijden toen ze zagen dat ik een toerist ben.
'Corruptie is wel iets waar we nog wat last van hebben,' zegt ze. Ik hoop dat ik er van verschoond blijf.
'Ik heb veel te lang met je staan kletsen,' verontschuldigt ze zich. De rest van het restaurant is nog leeg, dus er is ook alle tijd voor. En ik vind het prima.
'Wanneer ik mensen tref die Duits spreken, dan vind ik dat heel erg leuk. Mijn Duits is al beter dan mijn Engels,' zegt ze met twinkelende oogjes.
Het eten is goed, de bediening top. De dag voorbij.

Dag 20
De zon schijnt wederom, het ontbijt vindt plaats op het terras voor het hotel dat huist in een voormalig bejaardenhuis en ooit ook een kinderopvang is geweest. Het uitzicht is geweldig, het ontbijt hartstikke prima.

Ik rijd eerst een stukje de verkeerde kant op, om de thermale baden van Përmet te bezoeken. Daar had ik gisteren geen zin meer in na het vele rijden en ook het meisje dat Duits spreekt en er bijna op stond ofwel mijn koffer dan wel mijn tas naar boven te sjouwen raadde me aan dat vandaag na het ontbijt te doen.
'Dan is het er nog aardig rustig.'
En inderdaad, er staat een handvol campers met buitenlandse kentekens en dat is het wel. De bergrivier wordt hier plaatselijk overspannen door een brug die nog uit de Ottomaanse tijd stamt. Eroverheen lopen kan zonder problemen, de punt in het midden doet me denken aan de Rialtobrug in Venetië waar ik laatst overheen gelopen ben. Maar dit is toch eigenlijk veel indrukwekkender. Aan de andere kant blijkt er een thermale bron te zijn. Er is een bad van gemaakt en het water golft tussen de 22 en 25 graden. Er liggen zowaar wat mensen in, dat sla ik over.

Afbeelding

Afbeelding
Badderen met uitzicht.

Afbeelding

Daarna start ik de auto en rijd ik door de vallei van rivier de de Vjosë, langs de bergkam over een hier en daar wat slingerende weg. Ook hier moet ik een keer stoppen voor een kudde schapen en geiten die de weg oversteekt. Ook hier kom ik hier en daar paard en wagen tegen. En hier kom ik ook een politie-escorte tegen die midden op de weg rijdt, me maant te stoppen en waarvan de chauffeur van de voorste auto netjes zijn hand opsteekt. Kort erna volgt er een bus met wat volgauto's. Ze hebben allemaal een kenteken uit Kosovo, een voormalig Servische provincie die de onafhankelijkheid over zichzelf heeft uitgeroepen. Ze zullen wel op werkbezoek komen.

Afbeelding
Gjirokaster.

Dan houdt de slingerende weg vanuit Korcë op en kom ik bij de 'snelweg'. Ik sla linksaf en rijd naar Gjirokaster. Ik heb een hotel geboekt midden in het oude centrum. Dat is heel mooi, maar er zit ook een keerzijde aan: het parkeren. Er is een gratis parkeerplaats voorzien, in tegenstelling tot sommige hotels die volop adverteren dat ze gratis eigen parkeerplaatsen hebben en bij controle op Google Maps volledig door de mand vallen, want er is in kilometers geen parkeerplaats te vinden, laat staan een 'eigen'. Er zit nog een addertje onder het gras: het oude centrum van Gjirokaster ligt tegen de berg aan en drie keer raden hoe de straten er dan uitzien. Smal, krap en steil. Tot overmaat van ramp kreeg ik gisteren een berichtje van het hotel dat door wegwerkzaamheden (dacht ik er na Permet van af te zijn, jammer joh) de halve stad er uit ligt en ik een alternatieve route moet volgen. Netjes ingevoerd in de GPS, gecontroleerd of ik niet via Griekenland wordt gestuurd voor deze omleiding van 200 meter, en toch rijd ik in Gjirokaster tegen een wegafzetting aan. Oké... Ik keer om, parkeer de auto tussen de auto's van de dagjesmensen en besluit eens lopend te kijken hoe nu verder. Daar ben ik al snel achter; kansloos. Dus bel ik het hotel.
'Je staat bij de bussen? Wacht, ik stuur iemand om je op te halen.'
Zozo, wat een service. Vijf minuten later word ik terug gebeld:
'Ze vertrekt nu, ze is er over vijf minuten.'
Super. Ben wel benieuwd hoe snel diegene loopt, want ik had al op Google Maps gekeken, die sprak over 9 minuten. En inderdaad, een kwartier later komt er een vrouw op me afgestapt met een bodywarmer van het hotel.
'Hotel Koda?' vraagt ze. Inderdaad
'Mooi, dan zoek ik jou. Ik ben Elvira. Kom, dan gaan we naar het hotel. Is het een automaat?' vraagt ze wijzend naar de auto.
Ik ontken, het is een handgeschakelde auto. Ik ben er ondertussen redelijk aan gewend geraakt. En dus loopt ze naar een van de achterportieren en stapt in. Oké...
Ze stuurt me het stadje uit, terug naar de hoofdweg, laat me op een rotonde keren en rechtsaf het oude centrum in rijden op een plek waar ik bij aankomst een bord met de naam van het hotel heb zien hangen, maar waar ik volgens de gisteren aangeleverde aanwijzing niet in mocht rijden. De weg bestaat uit oude stenen en gaat hoe verder, hoe steiler omhoog.
Elvira zit op haar gemak achterin, ik heb haar al een keer horen zeggen:
'You are a very good driver.'
Laat dat de collega's van de Geocachegroep waarmee ik regelmatig op pad ga maar niet horen, daar vallen ze nog net niet over elkaar heen om te klagen over mijn rijstijl.
Hoe steiler, hoe smaller, overigens. Twee keuvelende dametjes moeten echt voor me aan de kant. Ik zet de versnelling terug van de twee naar de een, anders komen we niet vooruit.
'Hier rechts en dan nog een keer rechts,' klinkt de vriendelijke instructie vanaf de achterbank. Ik volg de instructies op en stuur de auto met precisie, want dat is hier wel nodig om niks te raken aan muren, hekken en midden op de weg geparkeerde motoren.
En dan staan we op de parkeerplaats van het hotel.
'Als je er niet bij had gezeten had ik dat denk ik echt niet zonder problemen gedaan,' meld ik Elvira bij het uitstappen.
'Ik doe het dan ook dagelijks,' lacht ze.
Ik probeer toch nog even te melden dat de instructie die ze hebben verstuurd niet helemaal duidelijk is. Als reactie wijst ze op een andere weg:
'Daar kun je normaal ook nog langs, maar nu niet.'
Daar moet ik het mee doen. Ze had al gezegd dat het de zoveelste keer was dat ze vandaag naar de parkeerplaats was gelopen om mensen op te halen. Ik verklaar haar voor knettergek, maar ze zegt alleen maar:
'Jij bent de gast, je betaalt, dan moeten we goed voor je zijn.'
Tot op het nederige af.
'Jij vertelt het door dat we goed voor je zorgen, dan komen er meer mensen. Everybody happy.'
Ze zet me neer op een stoeltje in het restaurant en geeft me een glas met sap. Terwijl ik die opdrink, regelt ze de kamersleutel. Vervolgens brengt ze me naar de kamer.
'En als er wat is, dan ben ik daar te vinden.'
Wat een service allemaal.

Afbeelding
Grijs kasteel.

Wanneer ik later helemaal geïnstalleerd ben, wandel ik het centrum in. Een minuutje lopen en ik sta op de plek waar het tv-programma Wie is de Mol? afgelopen jaar een opdracht heeft opgenomen waarbij de deelnemers met tapijten uit het oude dorp de hele weg moesten bedekken. Ik heb de opdracht eerder vanmiddag nog eens opgezocht en zie meteen waar de kandidaten hebben gelopen. Niet dat het mijn bezoek heel anders maakt, maar ik wist natuurlijk al dat ik hier heen zou gaan.

Ik klim het oude centrum uit en ga op zoek naar nog een oude brug, die van Ali Pasja, gouverneur van Albanië en Epirus. Geen borden, geen fatsoenlijke wegen, alleen maar dezelfde oude hobbelstraatjes die echt supersteil omhoog de berg opklimmen. Maar het lukt me en daarna begint de afdaling naar de ooit door een rivier uitgesleten vallei waar de brug staat. Die was ooit onderdeel van een aquaduct dat door Ali Pasja werd betaald, waardoor het kasteel van Gjirokaster, waarover later meer, ook een watervoorziening kreeg. Het aquaduct is er al lang niet meer, de brug staat er nog.

Afbeelding
Brug van Ali Pasja.

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding

Daarna klim ik terug naar het hotel. Een douche spoelt het zweet van deze warme dag met inspanning weg.

Afbeelding

Dag 21
Vandaag is een rustige dag; de auto blijft op de parkeerplaats staan (al dan niet gemotiveerd door de wel erg steile en nauwe straat waar ik anders nog eens twee keer door het dorp door moet rijden), de bezienswaardigheden zijn op loopafstand.

Ik begin met Gjirokaster. Daar ben je toch al? Ja, maar het betekent Grijs Kasteel. Het is een stukje klimmen om er te komen, maar het geeft dan ook een mooi uitzicht over de omgeving. Bij de toegang staat een jongen die het geld van me aanneemt en het aan de caissière geeft. Ik krijg mijn wisselgeld, maar geen kaartje. Daar vraag ik hem naar. Hij wijst naar het poortjessysteem dat aan de kant geschoven is en zegt:
'Er zijn werkzaamheden, dus het werkt niet. Je mag hier naar links, alles rechts is gesloten.'
Aha, wel betalen, maar geen kaartje. Vooruit.

Afbeelding

De eerste gang van het kasteel is gevuld met de nodige wapens met lange lopen. Dit kasteel was ooit een verdedigingswerk voor de hele omgeving. Er is een ruimte te zien waar ooit de bakkers hun broden bakten voor het volledig aanwezige leger. Een oud legervliegtuig van de Amerikanen dat op de wal is gezet. Het is net naar wie je luistert, want de Albanezen hebben een andere reden waarom dat toestel in Albanië terecht is gekomen dan de Amerikanen. Die laatsten beweren dat de piloot naar Napels in Italië onderweg is en zonder brandstof kwam te zitten toen deze door dichte mist volledig uit koers raakte. De Albanezen beweren dat het toestel spionagevluchten aan het uitvoeren was en gedwongen is om te landen. Hoe dan ook, om te laten zien dat ze nergens bang voor zijn en eventuele indringers dat wel moeten zijn, hebben ze het vanuit Tirana hier in Gjirokaster op het verdedigingswerk gezet.

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding

Er wordt getoond hoe vanuit het kasteel inderdaad de gehele omgeving gezien kan worden. De klokkentoren torent overal fier bovenuit.

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding

Er is ook een klein museum over Gjirokaster en de geschiedenis ervan, een wapenmuseum met heel veel soorten geweren, maar vooral ook toegang tot het cellencomplex. Ondanks dat de anekdotische teksten die op de muren zijn geschreven alleen in het Albanees zijn, geeft het deze afdeling wel iets persoonlijks. Je zult hier gezeten hebben. Kleine hokjes met een klein raampje, geen verwarming of iets. De toiletten voor gevangenen om de hoek zijn van het type Turkse hurktoiletten, zoals je ze hier in openbare toiletten nog wel eens wilt zien. De Ottomanen hebben hun handtekening wel achtergelaten destijds.

Afbeelding

Afbeelding

Vervolgens wil ik de Cold War Tunnel bezoeken. De toegang daarvoor schijn je te regelen bij het vlakbij gelegen toeristenbureau. Wanneer ik daar binnenwandel en vraag om toegang, gaat het gesprek als volgt:
'How many people?'
'One.'
'No.'
Euh, sorry?
'Minimaal twee personen,' zegt de man achter het bureau zonder blikken of blozen.
'Ik ben maar alleen,' probeer ik nog.
'Minimaal twee personen. Dat zijn de regels.'
Ben ik hier bij het bureaucratisch bureau terecht gekomen, ofzo? Ik probeer nog te vragen wat het kost ('200 Lek') en het dubbele te betalen, maar ook daar is het tweetal achter het bureau niet van onder de indruk. Dan maar over een andere boeg:
'Dus ik moet mijn vrienden vertellen niet naar Gjirokaster te gaan, omdat ze je geld hier niet willen?'
'Het is niet dat we je haten, de regels schrijven gewoon voor dat het minimaal twee personen moeten zijn. Als er nou andere mensen zouden zijn...'
Maar ik blijf staan. Ik wil wel weten hoe dit gaat verlopen. Ze beginnen in het Albanees tegen elkaar te praten. De ene begint tegen me in te brengen dat wanneer ze in Nederland komen niemand om deze bezoekers zou geven. Alhoewel ik hem daar gelijk in moet geven, durf ik ook te zeggen dat we mensen niet weg zouden sturen.
'Jullie zouden misschien werken met een tijdschema.'
De ander merkt dat ik niet van plan ben te vertrekken.
'Als je tien minuten wacht, dan neem ik je wel mee.'
En dus wachten we tien minuten en betaal ik gewoon 200 Lek.
'Het probleem is,' probeert de ander nog, 'dat als we jou die rondleiding geven, het kantoor gesloten moet worden en als er dan andere mensen komen, ze niet naar binnen kunnen.' Flauwekul, natuurlijk, want er geeft er maar één de rondleiding.

De gids gaat me voor de tunnel in. Die is ooit gebouwd in 1970 onder het bewind van Enver Hoxha, de communistische dictator met paranoia, die iedereen ervan verdacht hem aan te willen vallen. En dus werd er hier een atoombunker gebouwd. Het voltallige lokale college van burgemeester en wethouders, maar ook de lokale ministers moesten hier kunnen schuilen in het geval Albanië of deze omgeving werd aangevallen. Het is nooit als dusdanig in gebruik geweest, maar mochten de Grieken, Russen of Serven de grens nog over komen marcheren, dan waren ze voorbereid.

De gids probeert me er in snelwandeltempo doorheen te walsen, maar daar heb ik weinig behoefte aan. Dus loop ik rustig achter hem aan. Ik vind het wel interessant, maar neem geen foto's. Daar krijg ik eigenlijk geen tijd voor. Daar waar de rondleiding normaal twintig minuten duurt, staan we na tien minuten alweer bij de uitgang. Nouja, vooruit.

Vervolgens wandel ik terug naar het hotel om te lunchen. Ik zit nog uit te buiken wanneer Elvira naar buiten komt wandelen. Ze maakt een praatje met een Nederlandse man die vanochtend gevallen is en naar het ziekenhuis gebracht. Daarna komt ze met mij kletsen. We hebben een uitgebreid gesprek over de verschillen tussen onze landen. Zelf ziet ze hier weinig toekomst, ze wil ooit nog wel eens naar het buitenland. Ik zie vooral heel veel mogelijkheden, maar begrijp ook dat er maar weinig geld beschikbaar is. Dat maakt alle initiatieven al een stuk moeilijker realiseerbaar.

Afbeelding
Skenduli House.

Als laatste wandel ik naar het Skenduli House, een in de 18e eeuw gebouwd huis volgens Ottomaanse gebruiken. Er is een Duitstalig stel voor me bij de ingang, waar een Albanese vrouw het entreegeld int. Ze vraagt het stel of ze zelf willen rondkijken of dat ze een rondleiding van haar willen. De man reageert kort: 'Nee, niet nodig.' Zijn vrouw is verbaasd: 'Bist du ernst?' Waarna de man naar binnen wandelt. De vrouw blijft met zijn vrouw staan en probeert toch nog wat informatie te geven. Maar ook zij wandelt uiteindelijk verder naar binnen.
Dan komt de vrouw bij mij het entreegeld innen. En stelt me dezelfde vraag. Uit de drie seconden tijd die ze bij het stel kreeg, kreeg ik het idee dat ze heel wat te vertellen heeft. En dus accepteer ik. En wat ben ik blij dat ik dat gedaan heb.

Afbeelding

In iedere ruimte, waar ze overigens best rap doorheen gaat, heeft ze wel iets te vertellen. Deze huizen werden destijds gebouwd met een gedachte. Het waren huizen voor mensen met geld, hoe hoger op de heuvel hoe meer geld. Maar destijds was er natuurlijk geen airco of verwarming en dus werden de huizen zo ontworpen dat er op de lagere vloeren kamers waren met open haard, waardoor er op de hogere vloeren kamers verwarmd konden worden door de warmte, zo warm dat het privé-hammams werden. Dan moest je wel geld hebben. Op de hogere verdiepingen waren er dan zomerkamers; flink uitzicht en open ruimtes, waardoor er veel frisse lucht de ruimten binnen kon komen. Aparte ruimtes voor opa en oma, pasgetrouwde stellen en niet te vergeten aparte ruimtes voor mannen en vrouwen. En in iedere kamer heeft de vrouw iets te vertellen. Aan het einde bedank ik de vrouw en vertel haar dat het voor mij echt iets toevoegde dat ze zoveel wist. Dan komt de aap uit de mouw:
'Ik ben tiende generatie van de familie waarvan dit huis is.'

Afbeelding

Vervolgens klim ik nog wat hoger naar eenzelfde soort huis, maar dan het Zekate House. Ook hier wordt entreegeld geheven, maar moet je zelf rondlopen, er is geen rondleiding. En dan is het gewoon een oud huis met oude inrichting.

Afbeelding

Afbeelding

Daarmee heb ik de hoogtepunten van Gjirokaster wel gezien. Een rustige avond met Formule 1 volgt.

Dag 22
De dag van vertrek uit Gjirokaster. Een uitgebreid afscheid van Elvira, die me snel hoopt terug te zien. Het avontuur begint direct; ik moet dezelfde steile en nauwe straat weer af om de binnenstad uit te komen. Ik heb geluk; ik draai net het straatje in wanneer er een tegenligger aankomt. En aangezien stijgend verkeer voorrang heeft... Achteruit, precies genoeg plek om zonder al te veel problemen de auto te laten passeren. Honderd meter verder draait er een tegenligger de straat in, maar die ziet me en rijdt zelf nog even achteruit. Het kost wat tijd en energie, maar het lukt me om Gjirokaster weer uit te komen.

Afbeelding
Is dat echt zo smal? Ja, dat is echt zo smal.

Eerste stop: Lazarat.
Dat ligt op tien minuten rijden en is een zoveelste dorpje tegen een berg, niks bijzonders. Maar toen ik gisteren aan Elvira vertelde dat ik er heen wilde, begon ze meteen te lachen.
'Ik kom uit Lazarat,' vertelde ze schoorvoetend.
Lazarat is een dorp zoals elk ander dorp dat zou kunnen zijn. Met één verschil; hier zijn er hoge muren rondom de huizen opgetrokken. Achter die muren gebeurden er namelijk dingen die de buitenwereld niet mee mocht krijgen. Hier werd in werkelijk iedere tuin wiet verbouwd. Alle wiet in Albanië kwam uit dit dorp. Tot in 2014 met veel machtsvertoon de politie binnenviel, 50 man aanhield, wapens en tonnen marihuana in beslag nam. Nu is de grap dat je overal in Albanië aan wiet kunt komen, behalve in Lazarat...
'Je hebt je huiswerk wel gedaan,' reageerde Elvira toen ik dat zei. 'Maar ik woon laag op de berg, daar gebeurde niet zoveel.' En daar laat ze het bij.
Maar inderdaad, het enige dat je hier ziet als je op de hoofdweg het dorp binnenrijdt naar boven, is muren, muren en nog eens muren. Er is niks te zien, was niks te zien en zal verder waarschijnlijk ook maar weinig meer te zien zijn, anders dan inwoners die wat rondscharrelen op straat.
Tijd voor een foto, de auto omkeren en weer te vertrekken.

Afbeelding
Lazarat.

Afbeelding
Echt alleen maar muren...

Een slingerende bergweg voert me naar de Albanese riviéra; de kustlijn aan de Adriatische Zee. Hier ligt het stadje Sarandë, waar ik zal overnachten. Maar net voor ik het stadje binnenrijd, sla ik linksaf richting Butrint.
Butrint is een archeologische vindplaats, de Albanezen zijn er lyrisch over; dit moet je gezien hebben. Dat de toeristen daar wel op af komen weten ze maar al te goed en dus is er voor Albanese begrippen een stevige entreeprijs, van 1000 Lek. Voor die prijs kun je ook uit eten gaan, ter referentie. Maar de toeristen betalen grif. En heel eerlijk gezegd is dat ook wel terecht; hier staan geweldig mooie dingen. Er is een Venetiaans torentje dat in goede staat verkeert, er is veel teruggevonden van een heilige plaats, waaronder een amfitheater, er is een doopkapel, een verdedigingswerk en een compleet kasteel. Erg mooi om te zien.

Afbeelding
De Venetiaanse toren.

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding
Amfitheater.

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding
De voormalige kathedraal.

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding
Reclame voor Potsdam, Duitsland.

Na mijn bezoek rijd ik naar Sarandë, waar ik een appartementje heb met zeezicht. Het is vandaag 27 graden, de zon schijnt, de zee kabbelt zachtjes het strand op, tijd om eens rustig aan te doen vandaag. Na het eten loop ik nog een rondje door het stadje. Aan alles is te merken dat hier toeristen komen; elke honderd meter zit er een wisselkantoor en ernaast een bureau waar je excursies kunt boeken. Vooral een dagtrip naar het Griekse eiland Corfu is populair; vanaf de punt nabij Butrint is de afstand tussen het Albanische vasteland en Corfu slechts twee kilometer. Drie keer raden waar toeristen vanaf Corfu graag naartoe mogen gaan op een dagtrip. En dan hebben ze Albanese Lek nodig om te kunnen betalen. En zo is het cirkeltje weer rond. Het heeft wel wat: ze hebben een boulevard gemaakt waar je rustig kunt wandelen langs de winkeltjes, er zitten wat straatverkopers op de muur van de kade, terrasjes hier en daar... Het doet me heel erg denken aan een van de vakanties in Turkije met mijn ouders. Ook hier spreek ik de taal niet en door de Turkse invloeden die de Ottomanen hebben achtergelaten, klinkt het allemaal toch wat Turks. En ook de prijzen zijn hier heel Europees; voor een appartementje kun je hier in Euro's betalen. Negentigduizend om precies te zijn. Daar verdient een slimme makelaar vele jaarsalarissen in één keer mee...

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding

Tot zover deel twee van het reisdagboek. In deel drie neem ik je verder mee door Albanië!
Etienne
Donateur
Berichten: 7251
Lid geworden op: vr 26 dec 2008, 14:01
Locatie: Gouda
Contacteer:

Re: Mikos op Reis: Avontuur in de Balkan (deel 2)

Bericht door Etienne »

Een avontuurlijk verslag; tussen de foto's van Albanië komen bekende plekken uit Wie is de Mol voorbij :pos:
Elke dag van Gouda naar Spijkenisse v.v.
In het weekend vaak ergens in Nederland aan het wandelen.
Gebruikersavatar
Daniel
OVNL-bestuurslid
Berichten: 37232
Lid geworden op: zo 09 mar 2008, 16:29
Locatie: Amersfoort
Contacteer:

Re: Mikos op Reis: Avontuur in de Balkan (deel 2)

Bericht door Daniel »

Prachtig verslag weer :pos:
Schapekop in de Keistad
Dagelijks Amersfoort - Veenendaal-De Klomp en weer terug...

Mijn foto's: https://www.flickr.com/dbleumink/
Gebruikersavatar
AppleMoose
Berichten: 5626
Lid geworden op: wo 12 mar 2008, 22:21
Locatie: Skogen

Re: Mikos op Reis: Avontuur in de Balkan (deel 2)

Bericht door AppleMoose »

Schitterend :Y
*Het leven is geen ponykamp*
waldo79
Donateur
Berichten: 6479
Lid geworden op: do 13 mar 2008, 14:00
Locatie: 's-Hertogenbosch

Re: Mikos op Reis: Avontuur in de Balkan (deel 2)

Bericht door waldo79 »

Ga zo door :mrgreen:
Gebruikersavatar
ArrivaBas
Berichten: 7581
Lid geworden op: ma 20 apr 2015, 13:39
Locatie: Dordrecht
Contacteer:

Re: Mikos op Reis: Avontuur in de Balkan (deel 2)

Bericht door ArrivaBas »

Wat een mooie omgeving weer. Gjirokastër komt mij inderdaad wel erg bekend voor dankzij een populair TV-programma. :mrgreen:
2-10-2020: Trein 3.310 km, Bus 138 km, Trèm 0 km, Metro 0 km
2019: Trein 5.638 km, Bus 322 km, Trèm 0 km, Metro 0 km

Volg hier Mijn Flickr!
Gebruikersavatar
Mikos
Berichten: 5607
Lid geworden op: wo 26 mar 2008, 19:04
Contacteer:

Re: Mikos op Reis: Avontuur in de Balkan (deel 2)

Bericht door Mikos »

Op Gjirokaster na waren die plekjes trouwens puur toeval. Het was in Butrint dat ik op de plattegrond keek en dacht: 'Het heeft wel wat weg van die ene opdracht van Wie is de Mol?' Dat heb ik in de delen die nog moeten komen nog wel eens gehad. :lol:
umbusko
Donateur
Berichten: 3852
Lid geworden op: zo 28 okt 2018, 16:45
Locatie: Maastricht/Nijmegen

Re: Mikos op Reis: Avontuur in de Balkan (deel 2)

Bericht door umbusko »

Wat een prachtig tweede deel, allemaal plaatsen waar ik nog nooit geweest ben, krijg er meteen zin van om weer te gaan reizen. *O* Dank Mikos! :D En een zeer boeiende schrijfstijl, ik heb regelmatig meegelachen met je belevenissen!
Plaats reactie

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 2 gasten